Ik heb de laatste tijd een soort hernieuwde levenslust gevonden. Zin om allemaal nieuwe dingen op te pakken. Schrijven, tekenen, pianospelen, rolschaatsen - ik voel heel veel zin in van alles. Ik heb zo veel ideeën en wil nog zo veel doen! Zou het een nieuwe rouwfase zijn? De aan-de-slag-fase? De ik-leef-nog-fase? De we-hebben-niet-zoveel-tijd-hier-op-aarde-dus-doe-het-nu-maar-fase? Niet omdat ik klaar ben met rouwen, het rouwen doet nog steeds zijn werk, maar het rouwen is juist een motor geworden. Rouw kan je enorm afremmen, of zelfs compleet stil doen staan. In het begin voelde dat absoluut zo, de wereld draaide maar door en ik stond stil, zag het allemaal langs me heen razen. Maar inmiddels is het feit dat ik een 'rouwer' ben, juist iets dat me vóórtstuwt. Het feit dat ik me bewust ben van de eindigheid van dit leven, van onze beperkte tijd, geeft me steeds weer dat zetje. 'Doe het gewoon, doe het nu! Misschien ben je er straks niet meer.' En ik ben ook eigenlijk ...
Ik vind het fijn als dingen rijmen. Of allitereren. Als er een patroon te ontdekken is. En als dingen precies op het juiste moment opduiken. Net als je het nodig hebt. Knipoogjes van boven. De grootste vraag waar ik mee rondloop sinds de dood van mijn broertje Jogchum, is de vraag waar hij nu is. Óf hij nog ergens is, en wáár hij dan is. En ja, gaandeweg kwam ik tot de conclusie dat ik hem vond in heel veel verschillende dingen. Een regenboog op een verjaardag waar hij bij had moeten zijn. Een roodborstje dat zich maar niet liet afschrikken hoe dichtbij ik ook kwam. Een logo voor op mijn boek over mijn broertje, waarbij ik mijn zelfbedachte uitgeverij Regenboogjagers logischerwijs afkortte tot een R en een J. En dan ineens zien: RJ. Reina. Jogchum. I’m a sucker for symbolism. Je kunt dat soort dingen altijd wegredeneren, als je wilt. Maar dat wil ik natuurlijk meestal niet. Want ik wíl graag dat het een knipoog van mijn broertje is. Ik wíl graag dat hij nog ergens is. Dat hij nie...