Doorgaan naar hoofdcontent

Rouwrolschaatsen


Ik heb de laatste tijd een soort hernieuwde levenslust gevonden. Zin om allemaal nieuwe dingen op te pakken. Schrijven, tekenen, pianospelen, rolschaatsen - ik voel heel veel zin in van alles. Ik heb zo veel ideeën en wil nog zo veel doen! Zou het een nieuwe rouwfase zijn? De aan-de-slag-fase? De ik-leef-nog-fase? De we-hebben-niet-zoveel-tijd-hier-op-aarde-dus-doe-het-nu-maar-fase? Niet omdat ik klaar ben met rouwen, het rouwen doet nog steeds zijn werk, maar het rouwen is juist een motor geworden. 

Rouw kan je enorm afremmen, of zelfs compleet stil doen staan. In het begin voelde dat absoluut zo, de wereld draaide maar door en ik stond stil, zag het allemaal langs me heen razen. Maar inmiddels is het feit dat ik een 'rouwer' ben, juist iets dat me vóórtstuwt. Het feit dat ik me bewust ben van de eindigheid van dit leven, van onze beperkte tijd, geeft me steeds weer dat zetje. 'Doe het gewoon, doe het nu! Misschien ben je er straks niet meer.'

En ik ben ook eigenlijk gewoon niet zo bang meer, niet bang om te falen, niet bang om te vallen. De dood van mijn broertje was al zo'n diepe val, zoiets onvoorstelbaars – ik heb heel lang gedacht, gehóópt, dat het niet echt zo was. En als het maar niet doordringt, dan val je eigenlijk elke dag opnieuw. Gapende wond, groot litteken.

Rouwen als vaardigheid

Nieuwe vaardigheden aanleren gaat ook gepaard met veel vallen. Het is een kwestie van volhouden. Als je iets echt wil leren zul je steeds weer opnieuw de keuze moeten maken er voor te gaan, niet opgeven. Stap één is beginnen, stap twee is volhouden. Soms is het een lange weg, maar uiteindelijk voert de weg van leren, voor wie volhoudt, altijd omhoog.

En dat geldt ook voor rouw. Rouw is in feite ook iets nieuws dat je je eigen zult moeten maken. Iets dat op je pad gekomen is, ongevraagd en zéér ongewenst, maar je zult op een gegeven moment weer moeten opstaan en weer door moeten. In het begin zal het met veel vallen zijn. En willen opgeven. Van je af schreeuwen, huilen: ‘Ik wil dit niet! Ik kán dit niet! Het is niet eerlijk! Wie heeft dit bedacht?!’ Maar feit is dat het gewoon niet terug te draaien is wat er is gebeurd en dat het leven nooit meer hetzelfde zal zijn als voorheen. Dit is wat het is, dit is je nieuwe staat van zijn. Maar het wordt wel weer beter dan dit. Dus toe maar, krabbel maar weer op. Probeer het nog een keer.

Stap één is beginnen, stap twee is volhouden

Je zou rouwen zo beschouwd als een vaardigheid kunnen zien. Het klinkt paradoxaal, want het liefst heb je niet te veel te maken met verlies, en zou je rouwen liever niet zien als iets waar je goed in kunt worden. Maar waarom ook niet? Waarom zou je niet proberen er iets van te maken, het omzetten in iets goeds? Als het iets wordt waar je met de tijd beter in wordt, dan kan het zelfs iets waardevols worden, voor jezelf en voor je omgeving. Een waardevol onderdeel van je leven, geïntegreerd in je wezen. Je verdriet omzetten in iets moois en als een kracht inzetten.

Ik heb gemerkt dat in actie komen en niet langer zwelgen in mijn verdriet me erg helpt. Zo helpt tekenen me mijn gedachten vorm te geven. Mijn vragen, mijn onbegrip en verdriet kan ik erin kwijt. Schrijven helpt me juist weer om dingen te doorgronden, om een beetje grip op de zaak te krijgen. Een soort logica, een soort van zin in dit alles te proberen ontwaren. En pianospelen zorgt er gewoon voor dat ik weer geniet van de schoonheid van het leven. En te voelen dat ik nog steeds nieuwe dingen op kan pakken, dat we nog niet aan het einde zijn beland. Er zijn nog vele hoofdstukken te gaan. En misschien niet, maar dan kan ik dit hoofdstuk maar beter goed beleven.

Maar bij nieuwe dingen horen ook moeilijke fases, momenten waarop je echt zult moeten doorzetten, hobbels moet nemen, en dat is iets waar ik misschien wel beter in ben geworden, beter dan voorheen, dan vóór mijn broertjes overlijden. Want ik weet nu hoe dat voelt. Keihard vallen. En denken dat je ergens niet meer uitkomt, niet meer weten hoe op te staan. Hoe het soms gewoon echt ploeteren is. Maar dan toch weer opkrabbelen, omdat je wel moet, omdat er mensen, en met name kinderen, op je rekenen. En dan ach, is vallen, pijn, best te verdragen. Je moet wel. En dan merk je dat het best wel weer lukt.

Terwijl ik schrijf nestelt hij zich in elke letter

Ik kan nu mijn rouwvaardigheid inzetten bij deze nieuwe dingen. Ik ben standvastiger dan ooit. Ik wil iets, dus ik ga ervoor, want 'the time is now'. Ik neem mijn rouw en mijn broertje mee terwijl ik me bekwaam in het tekenen. En terwijl ik geniet van het pianospelen. Terwijl ik schrijf, nestelt hij zich in elke letter. Alles wat ik doe is verweven met elkaar en met hem. Ik verweef mijn herinneringen aan hem met de nieuwe dingen die ik leer. Ik vlecht hem door mijn nieuwe levensdeken.

Alles is rouw

Eigenlijk vind ik in alles wat ik doe sinds de dood van mijn broertje een vorm van rouwverwerking. Misschien is doorgaan, dóórleven wel de ultieme vorm van rouw verwerken. En dan is zelfs rolschaatsen rouwverwerking. Ik had dat nog niet zo beseft totdat ik iemand tegenkwam op Instagram die rolschaatsen als haar manier van rouwverwerken ziet. Rolling Through Grief heet haar account. Maar ze zegt ook heel treffend: rouw gaat niet weg, hoeft ook niet weg, kan hand in hand met deze nieuwe vreugde gaan. Rouw wordt onderdeel van alles dat je doet. Rouwrolschaatsen.

Deze liefde voor rolschaatsen is iets dat ik ontdekte toen mijn oudste zus vorig jaar 50 werd en we een jaren 80 feest voor haar organiseerden. Het zoeken naar leuke outfits en aankleding maakte allemaal herinneringen in me los, en toen ontstond ook het idee om weer eens ouderwets te gaan rolschaatsen. Dus ik ging op rolschaatsenjacht. En na dat feest ben ik doorgegaan en mijn voorraad jaren 80 rolschaatsen en kleding is alleen maar gegroeid en sindsdien bied ik een compleet feestpakket aan. Maar de laatste tijd voelde ik een behoefte om ook mijn rolschaatsvaardigheden verder te ontwikkelen. En om anderen om mij heen te scharen die net zo blij worden van rolschaatsen.

Hinkend en op hem leunend, werd ik door mijn broertje thuisgebracht

En zo stond ik een paar weken geleden zomaar ineens in de krant, in de Gooi en Eemlander. Ik had een oproep gedaan op social media of er meer mensen mee wilden gaan rolschaatsen en sindsdien ben ik van in mijn eentje naar een heel fijne club mensen van al zeker tien om mij heen gegaan. En dat voelt als zó’n cadeau. Ik word er echt heel blij van. Even dacht ik dat het leven stil was gaan staan, dat er niets meer te behalen viel, dat het allemaal bergafwaarts aan het gaan was – nu ik met mijn neus op de feiten was gedrukt dat we toch verdomme gewoon allemaal maar dood gaan – maar toen begon tóch nog gewoon weer een nieuwe fase. Kwam ik erachter dat er nog heel wat levensvreugde te vergaren is.

Rolschaatsen is typisch iets waarin ik mijn broertje ook mee had kunnen krijgen. We hebben ooit eens samen een tochtje gemaakt in Amsterdam, op skeelers. Ik wist alleen niet zo goed hoe te remmen en toen we een brug afreden ging het mis. Ik viel. Hard. Hinkend en op hem leunend, werd ik door mijn broertje thuisgebracht. 

Ik heb sindsdien nooit meer geskeelerd. En nu sta ik wekelijks op rolschaatsen en ben ik me weer een nieuwe vaardigheid eigen aan het maken. En heb ik gewoon een rolschaatsclub opgericht met zijn geboortejaar als naam: 88rollerskates

Gemotiveerd door de mensen om mij heen en in gedachten leunend op mijn broertje rol ik voort. Duwt hij mij voort. 'Ik loop nog steeds naast je.'

Reacties

Populaire posts van deze blog

I’m a sucker for symbolism

Ik vind het fijn als dingen rijmen. Of allitereren. Als er een patroon te ontdekken is. En als dingen precies op het juiste moment opduiken. Net als je het nodig hebt. Knipoogjes van boven. De grootste vraag waar ik mee rondloop sinds de dood van mijn broertje Jogchum, is de vraag waar hij nu is. Óf hij nog ergens is, en wáár hij dan is. En ja, gaandeweg kwam ik tot de conclusie dat ik hem vond in heel veel verschillende dingen. Een regenboog op een verjaardag waar hij bij had moeten zijn. Een roodborstje dat zich maar niet liet afschrikken hoe dichtbij ik ook kwam. Een logo voor op mijn boek over mijn broertje, waarbij ik mijn zelfbedachte uitgeverij Regenboogjagers logischerwijs afkortte tot een R en een J. En dan ineens zien: RJ. Reina. Jogchum. I’m a sucker for symbolism. Je kunt dat soort dingen altijd wegredeneren, als je wilt. Maar dat wil ik natuurlijk meestal niet. Want ik wíl graag dat het een knipoog van mijn broertje is. Ik wíl graag dat hij nog ergens is. Dat hij nie...

Zij óók

Als je vol in je rouw zit, is het moeilijk om open te staan voor de verhalen van anderen. Jouw verhaal voelt zó groot dat je je niet kunt voorstellen dat de verhalen van anderen dat kunnen overtreffen of er iets aan bij kunnen dragen. Maar toen ik mijn tekeningen van en herinneringen aan mijn broertje begon te delen, begonnen mensen ook hun verhalen met míj te delen. En ik leerde om vaker de vraag te stellen: ‘Heb jij ooit zoiets ingrijpends meegemaakt?’ Want het was alsof er een schatkist openging als ik die vraag durfde stellen. Wat heel paradoxaal klinkt als je het over verlies hebt, maar de reacties van anderen brachten me zó veel. Verbinding door herkenning. Ik merkte dat er mensen waren van wie ik helemaal niet wist dat zij óók met een rouwend hart rondliepen. Ik kwam in contact met mensen die ik voorheen niet kende, die zich in mijn verhaal en tekeningen herkenden. Ik hoorde verhalen van verlies – van relaties, van kinderen, van ouders, van werk, van dromen. Verhalen die vaak ...