Doorgaan naar hoofdcontent

Zij óók


Als je vol in je rouw zit, is het moeilijk om open te staan voor de verhalen van anderen. Jouw verhaal voelt zó groot dat je je niet kunt voorstellen dat de verhalen van anderen dat kunnen overtreffen of er iets aan bij kunnen dragen. Maar toen ik mijn tekeningen van en herinneringen aan mijn broertje begon te delen, begonnen mensen ook hun verhalen met míj te delen. En ik leerde om vaker de vraag te stellen: ‘Heb jij ooit zoiets ingrijpends meegemaakt?’

Want het was alsof er een schatkist openging als ik die vraag durfde stellen. Wat heel paradoxaal klinkt als je het over verlies hebt, maar de reacties van anderen brachten me zó veel. Verbinding door herkenning. Ik merkte dat er mensen waren van wie ik helemaal niet wist dat zij óók met een rouwend hart rondliepen. Ik kwam in contact met mensen die ik voorheen niet kende, die zich in mijn verhaal en tekeningen herkenden. Ik hoorde verhalen van verlies – van relaties, van kinderen, van ouders, van werk, van dromen. Verhalen die vaak feitelijk heel anders waren dan het mijne maar toch op zoveel vlakken overeenkwamen. En ik kwam tot de conclusie dat de gemene deler is dat het uiteindelijk eigenlijk altijd gaat om het verlies van een toekomstbeeld dat iemand ooit had.

Iemand zei een keer tegen me: ‘Ik heb ook mijn broer verloren op jonge leeftijd.’ En dat zij dit met mij deelde, ook al was het voor haar al langer geleden, gaf troost. Het besef: oh wacht! Ik ben natuurlijk niet de enige die zoiets overweldigends is overkomen. Het is geen foutje van het universum, het gebeurt natuurlijk aan de lopende band. Het is gewoon het genadeloze ritme van het leven. Er worden nieuwe mensen geboren, er gaan mensen dood. Ergens schaamde ik me een beetje dat ik daar niet aan gedacht had, dat anderen misschien ook… Ze wilde niet op de details ingaan, ze wilde het gewoon even zeggen, als een hand op mijn schouder. Je bent niet alleen. En het helpt me nog steeds, dat gewoon te weten: zij óók. Een soort van “we’re in this together”.

Dat is ook de reden dat ik mezelf nu toesta erover te blijven schrijven en tekenen. Toestaan, omdat ik ergens soms ook denk, zitten mensen daar nou op te wachten? Maar het is ook omdat ik niet anders kan. Het is gewoon wie ik nu ben, een zus zonder broer, of beter gezegd een zus mét broer, onlosmakelijk verbonden, die er nu mee moet dealen dat de enige gesprekken die ze nog met hem heeft, zich in haar hoofd afspelen.

En ook merk ik dat ik er, nu vier jaar na zijn dood, steeds minder over praat. Niet omdat ik dat niet wil. Mensen houden logischerwijs op een gegeven moment een beetje op met vragen: hoe is het nu daarmee? Met je broertje? En dat neem ik niemand kwalijk. Wat moet je ook zeggen? Er is geen nieuws. Hij is er niet meer.

Behalve dat hij er nog steeds wél is. In mijn gedachten, in mijn wezen, in mijn dromen. Als ik hem teken. Maar hoe minder ik dat doe, hoe moeilijker het wordt hem dichtbij te voelen. Het is een soort herinneringsspier die je soepel moet zien te houden.

Dus dat ga ik doen door over hem en over het proces van verlies en rouw te blijven tekenen en schrijven. Voor mezelf, maar ook omdat ik inmiddels heb mogen ervaren, dat er zomaar iemand iets aan zou kunnen hebben. Gewoon door te weten: zij óók.



Reacties

Populaire posts van deze blog

I’m a sucker for symbolism

Ik vind het fijn als dingen rijmen. Of allitereren. Als er een patroon te ontdekken is. En als dingen precies op het juiste moment opduiken. Net als je het nodig hebt. Knipoogjes van boven. De grootste vraag waar ik mee rondloop sinds de dood van mijn broertje Jogchum, is de vraag waar hij nu is. Óf hij nog ergens is, en wáár hij dan is. En ja, gaandeweg kwam ik tot de conclusie dat ik hem vond in heel veel verschillende dingen. Een regenboog op een verjaardag waar hij bij had moeten zijn. Een roodborstje dat zich maar niet liet afschrikken hoe dichtbij ik ook kwam. Een logo voor op mijn boek over mijn broertje, waarbij ik mijn zelfbedachte uitgeverij Regenboogjagers logischerwijs afkortte tot een R en een J. En dan ineens zien: RJ. Reina. Jogchum. I’m a sucker for symbolism. Je kunt dat soort dingen altijd wegredeneren, als je wilt. Maar dat wil ik natuurlijk meestal niet. Want ik wíl graag dat het een knipoog van mijn broertje is. Ik wíl graag dat hij nog ergens is. Dat hij nie...

Rouwrolschaatsen

Ik heb de laatste tijd een soort hernieuwde levenslust gevonden. Zin om allemaal nieuwe dingen op te pakken. Schrijven, tekenen, pianospelen, rolschaatsen - ik voel heel veel zin in van alles. Ik heb zo veel ideeën en wil nog zo veel doen! Zou het een nieuwe rouwfase zijn? De aan-de-slag-fase? De ik-leef-nog-fase? De we-hebben-niet-zoveel-tijd-hier-op-aarde-dus-doe-het-nu-maar-fase? Niet  omdat ik klaar ben met rouwen, het rouwen doet nog steeds zijn werk, maar het rouwen is juist een motor geworden.  Rouw kan je enorm afremmen, of zelfs compleet stil doen staan. In het begin voelde dat absoluut zo, de wereld draaide maar door en ik stond stil, zag het allemaal langs me heen razen. Maar inmiddels is het feit dat ik een 'rouwer' ben, juist iets dat me vóórtstuwt. Het feit dat ik me bewust ben van de eindigheid van dit leven, van onze beperkte tijd, geeft me steeds weer dat zetje. 'Doe het gewoon, doe het nu! Misschien ben je er straks niet meer.' En ik ben ook eigenlijk ...