Doorgaan naar hoofdcontent

Veilig gesteld


Op het station van Utrecht Centraal bevindt zich een raam, een flink raam, dat compleet aan diggelen is. Maar ieder stukje zit nog netjes op zijn plek. Een rode sticker geeft aan: defect. Maar dat is het natuurlijk niet echt, het is nog steeds een werkend raam. Het houdt wind en regen tegen en je kunt er zelfs nog doorheen kijken. Je zou kunnen beweren dat de versplinterde staat van het raam het uitzicht interessanter maakt.

Elke keer als ik de hoek om kom, ben ik in spanning of het raam er nog in zit. Het is een opluchting als dat het geval blijkt. En dat al minstens anderhalf jaar lang. De eerste keer dat ik het versplinterde raam zag ben ik even blijven staan om een foto te maken. Omdat het zo’n prachtig gezicht was: de barsten schitterden in het zonlicht.

Dat was ergens in 2024, toen ik al een paar jaar gehavend rondliep door het verlies van mijn broertje. Dit raam voelde als een treffende verbeelding van mijn toestand. Als je gebarsten bent, wordt je je ook bewuster van de mooie dingen om je heen. Zoals de barsten van dit raam ieder fragmentje met een schittering omlijstten, benadrukt de pijn de geluksmomenten in mijn leven. Leefde ik voorheen in een soort oneindigheidswaan, nu besef ik bij alles dat er misschien geen volgende keer zal zijn. Daardoor beleef ik alles intenser.

Iets in me hoopt dat het raam op Utrecht Centraal nooit gefikst wordt. En dat de keuze hem maar steeds niet te fiksen een bewuste is. Dat iemand bedacht: dit is prima zo, dit is nu eenmaal hoe het is. Ter ere van het roodborstje dat ertegenaan vloog. De wereld is nu eenmaal veranderd sindsdien.

De defect-sticker op het raam begint te verbleken. Je kunt nog maar net lezen wat er achter de tekst 'Vermoedelijk hersteld op datum' staat geschreven, namelijk: 'z.s.m.’ En dat ergens toen in juli 2024 het raam ‘veilig gesteld’ is. Dat is geruststellend. En misschien ook gewoon voldoende. Niet alles wat stuk is hoeft gefikst te worden, niet alles kán gefikst worden. Het is gewoon een nieuwe werkelijkheid. Eén met barsten. Barsten die ik koester omdat ze me bij alles wat ik waarneem aan mijn broertje doen denken.

Reacties

Populaire posts van deze blog

I’m a sucker for symbolism

Ik vind het fijn als dingen rijmen. Of allitereren. Als er een patroon te ontdekken is. En als dingen precies op het juiste moment opduiken. Net als je het nodig hebt. Knipoogjes van boven. De grootste vraag waar ik mee rondloop sinds de dood van mijn broertje Jogchum, is de vraag waar hij nu is. Óf hij nog ergens is, en wáár hij dan is. En ja, gaandeweg kwam ik tot de conclusie dat ik hem vond in heel veel verschillende dingen. Een regenboog op een verjaardag waar hij bij had moeten zijn. Een roodborstje dat zich maar niet liet afschrikken hoe dichtbij ik ook kwam. Een logo voor op mijn boek over mijn broertje, waarbij ik mijn zelfbedachte uitgeverij Regenboogjagers logischerwijs afkortte tot een R en een J. En dan ineens zien: RJ. Reina. Jogchum. I’m a sucker for symbolism. Je kunt dat soort dingen altijd wegredeneren, als je wilt. Maar dat wil ik natuurlijk meestal niet. Want ik wíl graag dat het een knipoog van mijn broertje is. Ik wíl graag dat hij nog ergens is. Dat hij nie...

Mam, waar ben jij bang voor?

Mijn dochtertje van vijf vraagt me weleens waar ik bang voor ben. Dat vindt ze blijkbaar fascinerend. En elke keer moet ik op mijn lip bijten, om niet de waarheid te zeggen. Ik ben eigenlijk nergens echt bang voor, niet voor de dingen waar kinderen dan aan denken althans, niet voor spinnen, niet voor hoogtes, niet voor het donker.  Er is maar één ding dat mij de adem doet benemen als ik er aan denk, en dat is de dood. Maar dat wil ik niet tegen haar zeggen. Dus dan zeg ik toch maar weer iets als: ik ben bang voor pissebedden. Wat voor haar totaal ongeloofwaardig klinkt, want zij is gék op pissebedden. Ja, echt. En diezelfde onschuld, die onschuld waarmee zij naar die pissebedden kijkt – en ze heeft gelijk hoor, hoe cool dat als je een pissebed oppakt dat ie zich helemaal oprolt, als een klein kogeltje! – die onschuld die wil ik haar dus niet ontnemen.  Ik wil niet dat ze bang is voor de dood, omdat mama daar bang voor is. Ik wil helemaal niet dat ze daar over nadenkt. En...

Zij óók

Als je vol in je rouw zit, is het moeilijk om open te staan voor de verhalen van anderen. Jouw verhaal voelt zó groot dat je je niet kunt voorstellen dat de verhalen van anderen dat kunnen overtreffen of er iets aan bij kunnen dragen. Maar toen ik mijn tekeningen van en herinneringen aan mijn broertje begon te delen, begonnen mensen ook hun verhalen met míj te delen. En ik leerde om vaker de vraag te stellen: ‘Heb jij ooit zoiets ingrijpends meegemaakt?’ Want het was alsof er een schatkist openging als ik die vraag durfde stellen. Wat heel paradoxaal klinkt als je het over verlies hebt, maar de reacties van anderen brachten me zó veel. Verbinding door herkenning. Ik merkte dat er mensen waren van wie ik helemaal niet wist dat zij óók met een rouwend hart rondliepen. Ik kwam in contact met mensen die ik voorheen niet kende, die zich in mijn verhaal en tekeningen herkenden. Ik hoorde verhalen van verlies – van relaties, van kinderen, van ouders, van werk, van dromen. Verhalen die vaak ...