Doorgaan naar hoofdcontent

I’m a sucker for symbolism


Ik vind het fijn als dingen rijmen. Of allitereren. Als er een patroon te ontdekken is. En als dingen precies op het juiste moment opduiken. Net als je het nodig hebt. Knipoogjes van boven.

De grootste vraag waar ik mee rondloop sinds de dood van mijn broertje Jogchum, is de vraag waar hij nu is. Óf hij nog ergens is, en wáár hij dan is. En ja, gaandeweg kwam ik tot de conclusie dat ik hem vond in heel veel verschillende dingen. Een regenboog op een verjaardag waar hij bij had moeten zijn. Een roodborstje dat zich maar niet liet afschrikken hoe dichtbij ik ook kwam. Een logo voor op mijn boek over mijn broertje, waarbij ik mijn zelfbedachte uitgeverij Regenboogjagers logischerwijs afkortte tot een R en een J. En dan ineens zien: RJ. Reina. Jogchum.

I’m a sucker for symbolism.

Je kunt dat soort dingen altijd wegredeneren, als je wilt. Maar dat wil ik natuurlijk meestal niet. Want ik wíl graag dat het een knipoog van mijn broertje is. Ik wíl graag dat hij nog ergens is. Dat hij niet weg is. En dat bevestigd zien in regenbogen en roodborstjes, ja natuurlijk is dat wat ik wil. Dus ja, je kunt zeggen dat ik gebiast ben. Ik heb psychologie gestudeerd en me gespecialiseerd in enquêtes afnemen. Ik weet best hoe dat werkt. Als je zoekt, zul je het vinden - al werkt dat niet voor iedereen zo, niet voor mijn bonuspuberzoon of voor mijn man in ieder geval. Die vinden nooit iets. Maar dat terzijde.
Meestal maakt het me ook niks uit. Dat ik gebiast ben, dat ik dingen zie omdat ik er naar op zoek ben. Het geeft tóch troost. En hoop. Hoop dat hij nog ergens is.

Maar nu deed er zich iets voor, waartegen ik me toch enige tijd verzet heb, ondanks de sucker die ik ben. Het betrof mijn vorig jaar voorzichtig opgetuigde bedrijfje – voorzichtig omdat ik er eigenlijk helemaal geen tijd en energie voor had – dat ik tot dan toe ‘jaren80rolschaatsfeestje’ had genoemd, omdat het gewoon, ja, op zich wel zegt waar het om draait.

Maar het klinkt niet heel lekker, niet als bedrijfsnaam. Op een gegeven moment besloot ik dat ‘88 Rollerskates’ wel wat was. Want dat rijmt zo lekker. En is makkelijk te onthouden. En omdat ik met de rolschaatsfeestjes die ik organiseer een beetje meander tussen de jaren 80 en jaren 90 en 1988 daar dan soort van in het midden ligt. Muzikaal gezien was 1988 ook een mooi jaar. Maar een doorslaggevende reden voor mij was: mijn broertje werd in 88 geboren. Dat was dus bij voorbaat een mooi jaar voor mij.

Maar de twijfel sloeg toe. Was dat niet té persoonlijk? Of is het juist mooi als er iets persoonlijks in je bedrijfje verweven zit? Je keuzes baseren op een emotie? Namelijk op het gemis van je broer? Iets zei me dat het een niet al te zakelijke keuze was. Waar ik misschien wel spijt van zou krijgen. Dus ik probeerde het los te laten.

Maar toen begon het. Ik begon overal het getal 88 te zien. En ik vond dat wel mooi natuurlijk, maar mijn zakelijke ik begon het weg te wuiven. Want statistisch gezien was het vast te verklaren. Maar het getal 88 bleef zich aan me opdringen. En van de week dacht ik, misschien moet ik het eens bijhouden die momenten dat ik het getal 88 tegenkom. Ik maakte screenshots en foto’s. En dat waren er best veel. Ik moest er een beetje om lachen. ‘Jaja, hou nou maar op.’

Zondag liep ik de Hilversum City Run en allerlei scènes uit mijn leven hier in Hilversum kwamen aan me voorbij. De route voerde me onder het poortje bij het gemeentehuis door en ik zag mezelf weer in onze trouwauto stappen vijf jaar geleden. Ik zag mijn broertje weer over het muurtje daar leunen om met onze toen-nog-geen-puber-zoon te kletsen. Ik zag het gebouw waar ik sinds een half jaar pianoles volg – de piano bij ons thuis is die waarop Jogchum ooit leerde spelen. Ik zag het pandje waarvan ik nu ik er langs rende nog meer overtuigd was dat ik daar tóch mijn vintage rolschaatsbedrijfje onder had moeten brengen… of zou de winkelruimte die ik net daarvoor zag misschien toch gewoon meer kansen bieden?

Kortom, mijn hoofd bruiste en ik liep flink hard. Met bijna 11 kilometer per uur kwamen flarden van mijn leven voorbij. Maar niet alsof ik dood ging. Het was juist dat ik me springlevend voelde. Ergens langs de route speelde iemand heel hard het nummer ‘Leef’. Een paar kilometer verderop opnieuw iemand. Het paste precies bij hoe ik me voelde. ‘Leef, alsof het je laatste dag is’. Rond een kilometer of 9 naderden we de binnenstad en stond een blazersensemble te spelen. Precies toen ik langsliep zetten ze de tune van Friends in. De serie die voor mij onlosmakelijk verbonden is met Jogchum.

I’m a sucker for symbolism.

Meer dan ooit loop ik over van de ideeën en van de energie om nieuwe dingen op te pakken. Het lijkt wel door me serieus te focussen op het een, de rest er ineens nog makkelijk bij kan: tekenen, schrijven, pianospelen, hardlopen. Alles lijkt met elkaar verbonden. En ik voel dat ik met de rolschaatsfeestjes nu ook echt serieus wil doorpakken.

Misschien wel juist doordat ik me bewust ben van dat het leven zomaar voorbij kan zijn, voel ik dat ik als ik bepaalde dingen nog wil, ik ze nú moet doen. Mijn broertje overleed op 33-jarige leeftijd, ik ben nu 44 en ik heb 88 rolschaatsen in mijn kast staan.

Had ik al gezegd dat ik een sucker for symbolism was?

Dus ik zat zojuist weer na te denken over die naamswijziging. Toch maar doen? En terwijl ik naar buiten staar, denk ik bij mezelf: hoeveel toetsen zou een piano eigenlijk hebben? Ik heb net nog zitten spelen. Ik weet het daadwerkelijk niet en ik heb het denk ik ook nooit geweten.

Dus ik zoek het op. Iets in mij begint te tintelen. Het zal toch niet?

Maar jawel hoor. Ongelooflijk. Grijns. Oké, broertje. ‘88 Rollerskates’ it is.

I’m a sucker for symbolism.



Het boek 'Ergens onder een boom' dat ik over het verlies van mijn broertje schreef en de zoektocht naar hoop die daarna volgde, kun je vinden in mijn webshop alareina.nl


Reacties

  1. Rouw is het besef dat je iemand niet kwijt bent en nog steeds bij je is. Je kan alleen niet meer bij de gene langs. Mooi ontroerend verhaal. Een eigen bedrijf is naar mijn mening altijd persoonlijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dankjewel voor je reactie! Daar heb je denk ik wel gelijk in. Een eigen bedrijf gaat je inderdaad natuurlijk waarschijnlijk altijd wel aan het hart, anders was je er niet aan begonnen.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Zij óók

Als je vol in je rouw zit, is het moeilijk om open te staan voor de verhalen van anderen. Jouw verhaal voelt zó groot dat je je niet kunt voorstellen dat de verhalen van anderen dat kunnen overtreffen of er iets aan bij kunnen dragen. Maar toen ik mijn tekeningen van en herinneringen aan mijn broertje begon te delen, begonnen mensen ook hun verhalen met míj te delen. En ik leerde om vaker de vraag te stellen: ‘Heb jij ooit zoiets ingrijpends meegemaakt?’ Want het was alsof er een schatkist openging als ik die vraag durfde stellen. Wat heel paradoxaal klinkt als je het over verlies hebt, maar de reacties van anderen brachten me zó veel. Verbinding door herkenning. Ik merkte dat er mensen waren van wie ik helemaal niet wist dat zij óók met een rouwend hart rondliepen. Ik kwam in contact met mensen die ik voorheen niet kende, die zich in mijn verhaal en tekeningen herkenden. Ik hoorde verhalen van verlies – van relaties, van kinderen, van ouders, van werk, van dromen. Verhalen die vaak ...

Rouwrolschaatsen

Ik heb de laatste tijd een soort hernieuwde levenslust gevonden. Zin om allemaal nieuwe dingen op te pakken. Schrijven, tekenen, pianospelen, rolschaatsen - ik voel heel veel zin in van alles. Ik heb zo veel ideeën en wil nog zo veel doen! Zou het een nieuwe rouwfase zijn? De aan-de-slag-fase? De ik-leef-nog-fase? De we-hebben-niet-zoveel-tijd-hier-op-aarde-dus-doe-het-nu-maar-fase? Niet  omdat ik klaar ben met rouwen, het rouwen doet nog steeds zijn werk, maar het rouwen is juist een motor geworden.  Rouw kan je enorm afremmen, of zelfs compleet stil doen staan. In het begin voelde dat absoluut zo, de wereld draaide maar door en ik stond stil, zag het allemaal langs me heen razen. Maar inmiddels is het feit dat ik een 'rouwer' ben, juist iets dat me vóórtstuwt. Het feit dat ik me bewust ben van de eindigheid van dit leven, van onze beperkte tijd, geeft me steeds weer dat zetje. 'Doe het gewoon, doe het nu! Misschien ben je er straks niet meer.' En ik ben ook eigenlijk ...